 |
Verzending van een document dat is gemaakt in een tekstverwerkings- of spreadsheetprogramma
Door een printerfax te selecteren in het menu Print (Afdrukken) van bepaalde toepassingen, kunt u rechtstreeks gegevens, zoals documenten, tekeningen en tabellen, verzenden.
 Opmerking:
|
In de volgende uitleg wordt als voorbeeld TextEdit gebruikt, een standaardprogramma van Mac OS X. De werkelijke bediening kan verschillen, afhankelijk van het programma dat u gebruikt. Zie voor meer informatie de Help van het programma.
|
Voor Mac OS X 10.5.x of later
 |
Maak in een programma een document dat u per fax wilt verzenden.
|
 |
Klik op Print (Afdrukken) in het menu File (Archief) van het programma.
|
Het venster Print (Afdrukken) wordt weergegeven.
 |
Selecteer FAX XXXXXX (uw printer) bij Printer en klik vervolgens op  om gedetailleerde instellingen weer te geven.
|
 |
Geef de gewenste instellingen op.
|
- Geef 1 op bij Copies (Aantal). Zelfs als u 2 of meer opgeeft, wordt er toch maar één exemplaar verzonden.
- Kleurenfaxen zijn niet op alle printers (faxen) beschikbaar voor papierformaten groter dan A4, Letter of Legal.
- U kunt per verzonden fax maximaal 100 pagina's verzenden.
 |
Selecteer Fax Settings (Faxinstellingen) en geef de gewenste instellingen op.
|
Zie voor uitleg over alle instellingen de Help bij de pc-fax-driver. U opent de Help van de driver door te klikken op ? linksonder in het venster nadat u Fax Settings (Faxinstellingen) hebt geselecteerd.
 |
Selecteer Recipient Settings (Instellingen geadresseerden) en geef een geadresseerde op.
|
Rechtstreeks een geadresseerde opgeven (naam, faxnummer, enzovoort): Voer gegevens in onder Add (Toevoegen) en klik op +. De geadresseerde wordt toegevoegd aan de Recipient List (Lijst geadresseerden) die in de bovenste helft van het dialoogvenster wordt weergegeven.
 Opmerking:
|
Als u bij de driverinstellingen voor PC-FAX de optie Enter fax number twice (Voer het faxnummer tweemaal in) hebt ingeschakeld, moet u hetzelfde nummer opnieuw invoeren.
|
Als een nummer van een buitenlijn moet worden gekozen voor de faxlijn, voer dit nummer dan in bij External Access Prefix (Nummer voor buitenlijn).
 Opmerking:
|
Als uw printer beschikt over een PBX-lijn en is ingesteld om een # (hekje) te gebruiken in plaats van een exacte code, voert u # (hekje) in.
|
Een geadresseerde (naam, faxnummer enzovoort) selecteren in Address Book (Adresboek) of Contacts (Adressen): Als de geadresseerde in het adresboek is opgeslagen, klikt u op  . Selecteer de geadresseerde in de lijst en klik op Add (Toevoegen) gevolgd door OK.
Als een nummer van een buitenlijn moet worden gekozen voor de faxlijn, voer dit nummer dan in bij External Access Prefix (Nummer voor buitenlijn).
 Opmerking:
|
Als uw printer beschikt over een PBX-lijn en is ingesteld om een # (hekje) te gebruiken in plaats van een exacte code, voert u # (hekje) in.
|
 |
Controleer de instellingen voor de geadresseerde en klik op Fax.
|
Klik op Fax om de fax te verzenden. Controleer of de naam en het faxnummer van de geadresseerde correct zijn voordat u de fax verzendt.
 Opmerking:
- Klik op het printerpictogram in het Dock om de verzendstatus weer te geven. Als u wilt stoppen met verzenden, selecteert u de verzonden gegevens en klikt u op Delete (Verwijder).
- Als er tijdens de verzending een fout optreedt, verschijnt een foutmelding. Controleer de verzendgegevens in het venster Fax Transmission Record (Faxverzendgegevens).
Verzendgegevens controleren/verwijderen
Lijst met verzendfouten
- Documenten die verschillende papierformaten bevatten worden mogelijk niet juist verzonden.
|
Voor Mac OS X 10.4.x
 |
Maak in het programma een document dat u per fax wilt verzenden.
|
 |
Klik op Page Setup (Pagina-instelling) in het menu File (Bestand) van het programma.
|
Het venster Page Setup (Pagina-instelling) van het programma wordt weergegeven.
 |
Selecteer FAX XXXXXX (uw printer) bij Printer, geef de gewenste instellingen op en klik vervolgens op OK.
|
 Opmerking:
|
Kleurenfaxen zijn niet op alle printers beschikbaar voor papierformaten groter dan A4, Letter of Legal.
|
 |
Klik op Print (Afdrukken) in het menu File (Archief) van het programma. Het venster Print (Afdrukken) wordt weergegeven.
|
 |
Selecteer FAX XXXXXX (uw printer) bij Printer en geef de gewenste instellingen op.
|
- Geef 1 op bij Copies (Aantal). Zelfs als u 2 of meer opgeeft, wordt er toch maar één exemplaar verzonden.
- U kunt per fax maximaal 100 pagina's verzenden.
 |
Selecteer Fax Settings (Faxinstellingen) en geef de gewenste instellingen op.
|
Zie voor uitleg over alle instellingen de Help bij de pc-fax-driver. U opent de Help van de driver door te klikken op ? linksonder in het venster nadat u Fax Settings (Faxinstellingen) hebt geselecteerd.
 |
Selecteer Recipient Settings (Instellingen geadresseerden) en geef een geadresseerde op.
|
Rechtstreeks een geadresseerde opgeven (naam, faxnummer, enzovoort): Voer gegevens in onder Add (Toevoegen) en klik op +. De geadresseerde wordt toegevoegd aan de Recipient List (Lijst geadresseerden) die in de bovenste helft van het dialoogvenster wordt weergegeven.
Als een nummer van een buitenlijn moet worden gekozen voor de faxlijn, voer dit nummer dan in bij External Access Prefix (Nummer voor buitenlijn).
 Opmerking:
|
Als uw printer beschikt over een PBX-lijn en is ingesteld om een # (hekje) te gebruiken in plaats van een exacte code, voert u # (hekje) in.
|
Een geadresseerde selecteren uit het adresboek (naam, faxnummer enzovoort): Als de geadresseerde in het adresboek is opgeslagen, klikt u op  . Selecteer de geadresseerde in de lijst en klik op Add (Toevoegen) gevolgd door OK om het lijstvenster te sluiten.
Als een nummer van een buitenlijn moet worden gekozen voor de faxlijn, voer dit nummer dan in bij External Access Prefix (Nummer voor buitenlijn).
 Opmerking:
- Als uw printer beschikt over een PBX-lijn en is ingesteld om een # (hekje) te gebruiken in plaats van een exacte code, voert u # (hekje) in.
- Zie de Help van het adresboek voor meer informatie over het opslaan van een geadresseerde in het adresboek.
|
 |
Controleer de instellingen voor de geadresseerde en klik op Print (Afdrukken).
|
Klik op Print (Afdrukken) om de fax te verzenden. Controleer of de naam en het faxnummer van de geadresseerde correct zijn voordat u de fax verzendt.
 Opmerking:
- Klik op het printerpictogram in het Dock om de verzendstatus weer te geven. Als u wilt stoppen met verzenden, selecteert u de verzonden gegevens en klikt u op Delete (Verwijder).
- Als er tijdens de verzending een fout optreedt, verschijnt een foutmelding. Controleer de verzendgegevens in het venster Fax Transmission Record (Faxverzendgegevens).
Verzendgegevens controleren/verwijderen
Lijst met verzendfouten
- Documenten die verschillende papierformaten bevatten worden mogelijk niet juist verzonden.
|
|  |