De Mac met het internet verbinden via ethernet

Je kunt ethernet gebruiken om verbinding met het internet te maken, via een ethernet-netwerk of via een ADSL- of kabelmodem.

Voordat je begint

Een ethernetverbinding configureren

  1. Kies op je Mac Apple-menu  > 'Systeeminstellingen' en klik op 'Netwerk'  in de navigatiekolom. (Mogelijk moet je omlaag scrollen.)

    Open de instellingen voor 'Netwerk'

  2. Klik op de ethernetvoorziening  en klik vervolgens op 'Details'.

    Opmerking: Als je Mac geen ingebouwde ethernetpoort heeft en je een adapter gebruikt, zoek je naar een voorziening met de naam van de fabrikant van de adapter of het type adapter. De naam van de voorziening kan bijvoorbeeld '[Naam fabrikant] USB-C LAN' zijn of alleen het modelnummer van de adapter bevatten.

  3. Schakel 'Beperk IP-adrestracking' in of uit.

  4. Klik in de navigatiekolom op 'TCP/IP', klik op het pop‑upmenu 'Configureer IPv4' en kies de configuratiemethode die je internetaanbieder heeft aangeraden.

    • Via DHCP: Kies deze optie als je geen specifiek IP-adres van je aanbieder hebt ontvangen.

    • Via DHCP met handmatig adres: Kies deze optie als je een specifiek IP-adres hebt ontvangen en je aanbieder DHCP gebruikt, en voer vervolgens het IP-adres in.

    • Handmatig: Kies deze optie als je van je aanbieder een specifiek IP-adres, een subnetmasker en een routeradres hebt ontvangen en voer die waarden in.

  5. Als je instellingen voor de DNS-server of het zoekdomein hebt ontvangen, klik je in de navigatiekolom op 'DNS' en voer je de ontvangen gegevens in.

  6. Als je WINS-instellingen (Windows Internet Name Service) hebt ontvangen, klik je in de navigatiekolom op 'WINS' en voer je de ontvangen gegevens in.

  7. Als je proxyserver-instellingen hebt ontvangen, klik je in de navigatiekolom op 'Proxy' en voer je de ontvangen gegevens in.

  8. Als je instellingen voor ethernethardware hebt ontvangen, klik je in de navigatiekolom op 'Hardware' en voer je de ontvangen gegevens in.

  9. Klik op 'OK'.